De Bistedokter: Murd teistert dorp
Onthutst werd ik deelgenoot gemaakt van het slagveld van die nacht. Midden in het dorp. Drie van een vijftal kippen en hun haan waren in koelen bloede vermoord. Alle drie onthoofd en eentje daarvan lag zonder ingewanden half door het gaas getrokken. De anderen, waaronder een onverstoorbaar broedse hen, waren miraculeus gespaard gebleven. Toevallig had ik diezelfde ochtend gehoord dat vlakbij een vos huist. Reintje had hier vast en zeker huisgehouden. ’s Nachts goed ophokken was de enige remedie die ik kon bedenken.

Zoiets gonst natuurlijk door het dorp. Al snel bleek dat er meer pluimvee geslachtofferd werd. Naast kippen waren, en zijn nog steeds, ook fazanten en eenden de klos. En mijn beschuldiging was vals! Want de boosdoener werd gesignaleerd. Hij draagt een onmiskenbaar masker en stinkt als een ‘murd’: het is een bunzing!

De bunzing staat bekend als listig, speels, scherpzinnig, moedig en bloeddorstig. Het is een rank en lenig roofdiertje dat niet kieskeurig is qua leefomgeving en menu. Met uitzondering van de Wadden komt het beest in heel Nederland voor en eet van alles. Regenwormen, insecten, eieren, kikkers, padden, ratten, muizen, vogels, hazen of konijnen en zelfs aas. Maar eenmaal in een kippenhok ontaardt het meestal in een woeste moordpartij.


















Etymologen kunnen de oorsprong van de naam ‘bunzing’ niet ontrafelen. Wel zijn er meer dan veertig (!) streeknamen in het dialect bekend, waarvan het merendeel juist wel goed verklaarbaar is. Meestal voeren de sluwe eigenschappen van de lepe dief daarbij de boventoon. Of de penetrante geur die het beest verspreidt. De Latijnse benaming, Mustela putorius, is zelfs letterlijk ‘stinkmarter’. Vandaar ook het spreekwoord ‘stinken als een bunzing’. In het Fries zijn er veel meer gezegden gerelateerd aan de ‘murd’. Van kleur tot gemoedstoestand en van karaktereigenschappen tot natuurlijk de geur: Sa skier, kwea, sinnich, slûch, slieperich, snoad, swart, taai en wurch as in murd; fjochtsje, raze, tsiere as murden; sjen, kleie, gnize, gnuve, laitsje en stjonke as in murd. ‘In murd fan in jonge’ is een geslepen jongeman. Het leert in een notendop alles over dit nachtdiertje, dat waarschijnlijk de wilde voorvader is van de gedomesticeerde fret.




De onwelriekende geur uit de anaalklieren van de bunzing dient om het territorium af te bakenen. Maar in angstsituaties legen die klieren zich ook vaak onder luid gekrijs. Hoe het dier aan die stinkklieren komt? Volgens een Haïtiaanse fabel schaamden de wolven zich voor hun kleine broertje, de bunzing, die voor dief en lafaard werd uitgemaakt. Maar in plaats van een verschoppeling van hem te maken, of erger nog, hem af te maken, rustten ze hem uit met een buidel met een walgelijke geur. Volgens overlevering zat er in die buidel een mengsel van rotte eieren, adem van de gier, zweet van de beer en panterpoep. Alleen de drager van die buidel heeft zelf nooit last van die geur. Zo kon het kleine broertje toch overleven.

Ondertussen zijn alle pluimveehouders in het dorp op hun hoede, totdat….. Immers: ‘Men fangt ek wolris in murd yn in rottefalle’. Letterlijk dan wel figuurlijk. De kogels vlogen hem al om de oren. Maar ja, één gewaarschuwde murd telt voor twee!

Bron: Menno J.Wiersma Dierenartsenpraktijk Reduzum-Grou

www.wergea.com maakt gebruik van analytische cookies (informatie over browser, besturingssysteem en soortgelijke gegevens). 
Deze worden anoniem verwerkt in Google Analytics. Je laat deze gegevens achter door te navigeren door de website.

Lees hier de disclaimer over alle privacy-gerelateerde zaken.