- Details
- Categorie: De Bistedokter
- Gepubliceerd: 10 mei 2009
- Laatst bijgewerkt: 08 februari 2010
Zondagmorgen.
Zondagmorgen.
Het is kwart voor acht zondagochtend als ik door de telefoon wordt gewekt. Best nog wel een Christelijke tijd. Dat is al bijna uitslapen, nietwaar?
Het betreft een behoorlijk zieke koe en ik beloof snel langs te komen. Wanneer ik naar beneden ga, weifelt onze hond: ?Zal ik uit de mand komen?? Zij weet namelijk heel goed dat als 's nachts de telefoon gaat en ik al vlot daarna de trap af kom, het geen zin heeft haar hol onder die trap te verlaten. Wanneer ik naar een "spoedgeval" moet krijgt ze immers toch haar eten nog niet. Dan neemt ze ook niet eens de moeite om mij te begroeten. Wat dat betreft is ze veel opportunistischer dan onze vorige lobbes. Nu is echter het ochtendgloren al daar en haar biologische klok zegt ook dat het wel tijd is om op te staan. Dus rekt ze zich al gapend uit en dartelt vervolgens voor mij uit naar de bijkeuken. "Vooruit dan maar", geef ik toe, en ik vul haar bak. Zelf neem ik ook vlug een boterham en laat vervolgens onze viervoeter zichzelf in de tuin uitlaten. Snel stap ik in de auto.
Op het bedrijf aangekomen zie ik een koppeltje eenden luid snaterend voor de staldeuren staan. Met veel moeite schuif ik de zware, klemmende deur open en ga op zoek naar de boer. Het melken is blijkbaar al klaar want de meeste koeien staan vreed/tzaam aan het voerhek. Vanuit de melkput schalt luid en duidelijk een psalm. Gekwaak achter mij valt daarbij uit de toon. Ik kijk om en ontwaar een ware eendenparade: strak in het gelid komen de kwakertjes naar binnen stappen. De verlokkingen van ma's aan het voerhek zijn groot, maar dat is niet de bedoeling. Met moeite jaag ik ze terug naar buiten en worstel de deur weer dicht.
Ik ga op de ietwat krakende radio af en daar tref ik de boer aan. Hij is bezig de melkerij schoon te spuiten. Het is lastig om hem uit zijn zondagochtendgevoel los te rukken, toch weet ik de psalm en de hogedrukspuit te overschreeuwen en zijn aandacht te trekken.
De koe ligt er triest bij. Doffe ogen en een ingevallen buik verraden haar ziek zijn. Mastitis, ofwel uierontsteking, blijkt de oorzaak. Een infuus, antibiotica en pijnstiller moeten haar weer op de been helpen. Ze ligt gewoon tussen de andere koeien in een box. Als ze straks zelf nog niet kan staan, zal de boer haar behoedzaam naar de ziekenboeg moeten slepen, zo spreken we af. Ik reinig mijn spullen en spuit mijn laarzen in de melkput schoon. Daar heeft de psalm plaats gemaakt voor een ander lied uit de bundel van Johannes de Heer, maar dat klinkt niet minder overtuigend. En de akoestiek doet eigenlijk nauwelijks onder voor die van de kerk.
Buiten rijd ik voorzichtig tussen de verwijtend kwekkende meute door het erf af. In de auto prefereer ik zelf een andere zender. Psalmen klinken toch beter in de kerk. Onbewust zal een lichte aversie zijn gewekt door mijn schoonmoeder. Die placht op zondagmorgen steevast de radio op de kerkzender af te stemmen. Dat is op zich niet erg, maar dat luidkeels meezingen, daar ben ik iets minder van gecharmeerd?
Thuis is het nog rustig. Ik laat de hond weer binnen en maak de oven gereed om broodjes lekker knapperig af te bakken. Langzaam druppelt de rest van het gezin naar beneden, gelokt door de geurtjes uit de keuken. Als we zitten te genieten van het zondagmorgenontbijt luidt langdurig de kerkklok. De kerkdienst zal zo zijn aanvang nemen. Mijn dienst was al begonnen; het gezang heb ik ook al gehad. En de preek? Die zal ik moeten laten schieten want de telefoon gaat weer.
Bron: Menno J. Wiersma, Dierenartspraktijk Reduzum-Grou
Het betreft een behoorlijk zieke koe en ik beloof snel langs te komen. Wanneer ik naar beneden ga, weifelt onze hond: ?Zal ik uit de mand komen?? Zij weet namelijk heel goed dat als 's nachts de telefoon gaat en ik al vlot daarna de trap af kom, het geen zin heeft haar hol onder die trap te verlaten. Wanneer ik naar een "spoedgeval" moet krijgt ze immers toch haar eten nog niet. Dan neemt ze ook niet eens de moeite om mij te begroeten. Wat dat betreft is ze veel opportunistischer dan onze vorige lobbes. Nu is echter het ochtendgloren al daar en haar biologische klok zegt ook dat het wel tijd is om op te staan. Dus rekt ze zich al gapend uit en dartelt vervolgens voor mij uit naar de bijkeuken. "Vooruit dan maar", geef ik toe, en ik vul haar bak. Zelf neem ik ook vlug een boterham en laat vervolgens onze viervoeter zichzelf in de tuin uitlaten. Snel stap ik in de auto.
Op het bedrijf aangekomen zie ik een koppeltje eenden luid snaterend voor de staldeuren staan. Met veel moeite schuif ik de zware, klemmende deur open en ga op zoek naar de boer. Het melken is blijkbaar al klaar want de meeste koeien staan vreed/tzaam aan het voerhek. Vanuit de melkput schalt luid en duidelijk een psalm. Gekwaak achter mij valt daarbij uit de toon. Ik kijk om en ontwaar een ware eendenparade: strak in het gelid komen de kwakertjes naar binnen stappen. De verlokkingen van ma's aan het voerhek zijn groot, maar dat is niet de bedoeling. Met moeite jaag ik ze terug naar buiten en worstel de deur weer dicht.
Ik ga op de ietwat krakende radio af en daar tref ik de boer aan. Hij is bezig de melkerij schoon te spuiten. Het is lastig om hem uit zijn zondagochtendgevoel los te rukken, toch weet ik de psalm en de hogedrukspuit te overschreeuwen en zijn aandacht te trekken.
De koe ligt er triest bij. Doffe ogen en een ingevallen buik verraden haar ziek zijn. Mastitis, ofwel uierontsteking, blijkt de oorzaak. Een infuus, antibiotica en pijnstiller moeten haar weer op de been helpen. Ze ligt gewoon tussen de andere koeien in een box. Als ze straks zelf nog niet kan staan, zal de boer haar behoedzaam naar de ziekenboeg moeten slepen, zo spreken we af. Ik reinig mijn spullen en spuit mijn laarzen in de melkput schoon. Daar heeft de psalm plaats gemaakt voor een ander lied uit de bundel van Johannes de Heer, maar dat klinkt niet minder overtuigend. En de akoestiek doet eigenlijk nauwelijks onder voor die van de kerk.
Buiten rijd ik voorzichtig tussen de verwijtend kwekkende meute door het erf af. In de auto prefereer ik zelf een andere zender. Psalmen klinken toch beter in de kerk. Onbewust zal een lichte aversie zijn gewekt door mijn schoonmoeder. Die placht op zondagmorgen steevast de radio op de kerkzender af te stemmen. Dat is op zich niet erg, maar dat luidkeels meezingen, daar ben ik iets minder van gecharmeerd?
Thuis is het nog rustig. Ik laat de hond weer binnen en maak de oven gereed om broodjes lekker knapperig af te bakken. Langzaam druppelt de rest van het gezin naar beneden, gelokt door de geurtjes uit de keuken. Als we zitten te genieten van het zondagmorgenontbijt luidt langdurig de kerkklok. De kerkdienst zal zo zijn aanvang nemen. Mijn dienst was al begonnen; het gezang heb ik ook al gehad. En de preek? Die zal ik moeten laten schieten want de telefoon gaat weer.
Bron: Menno J. Wiersma, Dierenartspraktijk Reduzum-Grou

