- Details
- Categorie: De Bistedokter
- Gepubliceerd: 13 september 2011
- Laatst bijgewerkt: 14 november 2011
De Bistedokter: Jeuk

Jeuk
Om het in kwaakspraak te duiden, een dier met schurken en scheuken is zelden een zorgeiser (spoedpatiënt), noch eentje met beperkte mogelijkheden. Het is veeleer een recidiverende zorgvrager. Uiteraard dien je de oorzaak aan te pakken: de kriebelende kruipers bestrijden of, in geval van voedingsallergie, een speciaal dieet voorschrijven. Atopie is een lastiger verhaal. Soms is de jeuk seizoengebonden zoals bij bijvoorbeeld pollenallergie. Bij overgevoeligheid voor huisstofmijt zal deze echter het hele jaar door spelen. In het eerste geval kun je incidenteel met medicatie de jeuk bestrijden. Meestal wordt daarvoor prednison of afgeleiden daarvan gebruikt. Deze medicijnen continue voorschrijven is niet bepaald gezond en dus in geval van huisstofmijtallergie niet aan te raden. Wat dan wel te doen? Het is immers een schier onmogelijke opgave een dier nooit meer in contact te laten komen met dergelijke allergenen.
Laat ik Lobke als voorbeeld nemen. Lobke is een schuchter Jack Russellteefje van twee. De hele afgelopen zomer verhaarde ze vreselijk en had ze jeuk, vooral tussen de tenen. Na uitgebreid onderzoek en overleg besloten we een bloedonderzoek te laten doen op allergie. Dat is minder bewerkelijk dan een huidtest en geeft wel een zeer goede indicatie waar een dier overgevoelig voor is. Van die allergenen uit de bloeduitslag waar de patiënt het heftigst op reageert kan een speciale injectievloeistof worden gefabriceerd waarmee Lobke vervolgens met steeds langere tussenpozen en in steeds hogere doseringen moet worden geïnjecteerd. Zo wordt het afweerapparaat van het terriertje minder gevoelig gemaakt voor de stoffen die verantwoordelijk zijn voor de jeuk. Het injecteren is verder een fluitje van een cent en vrijwel iedere eigenaar te leren. We gebruiken deze therapie al een paar jaar en het percentage honden dat er goed op reageert overtreft tot nu toe de 75% die door de firma die dit procedé ontwikkelde wordt aangegeven. Als de therapie aanslaat zal de patiënt echter maandelijks geprikt moeten worden tot het einde van zijn of haar zorgcarrière.
Restte mij slechts Lobke een bloedmonstertje af te nemen. Bevend als een rietje werd ze door bazin Bettie op de arm gekoesterd. Of ik zo in staat was Lobke te prikken, vroeg Bettie. Op de behandeltafel was te eng voor het beestje. Ik zei het te proberen. Moest eerst wel de tondeuse hanteren om de halsader goed tevoorschijn te halen. "Komst wol ûnder it hier te sitten sa", waarschuwde ik nog. Maar dat gaf niks, antwoordde Bettie. Het bloedprikken lukte vlot en zonder mankeren. Terwijl ik druk bezig was het bloed veilig te stellen in de daarvoor bestemde buis, hoorde ik Bettie giechelen: "It liket wol of ik boarsthier krigen haw", en onderwijl probeerde ze klaarblijkelijk het hondenhaar uit haar decolleté te vegen. Ik draaide me om en constateerde dat ze er inderdaad stoer uit zag. Ik vrees dat ze die dag zelf ook een tijdje met behoorlijk wat boezemjeuk heeft rondgelopen...
Hoe het Lobke verder vergaat is te volgen op www.bistedokter.nl/?p=474
Bron: De Bistedokter, menno@bistedokter.nl


